Report

Back

Everts' account of his visits to Winnenthal and Zwiefalten Asylums (1847)

Location: Württemberg, Kingdom of Württemberg

Everts wrote about his visits to Winnenthal and Zwiefalten Asylums on pages 15-16, 38 & 43 of a report he sent to the provincial authorities of Noord-Holland on 22 February 1848, which is now held at Haarlem's Rijksarchief in Noord-Holland, Toegang 16, Inv. No. 2380.

Everts reported that Winnenthal and Zwiefalten asylums were both founded in 1834 in former monasteries. Winnenthal was devoted to the treatment of patients with acute mental conditions, and Zwiefalten to the treatment of patients with chronic mental conditions. To Everts' eye, these institutions resembled each other in many respects. They struck him as more pleasant than either of their slightly older counter-part institutions at Sonnenstein and Siegburg, principally in that they were not reminiscent of fortresses.

The facilities at Winnenthal comprised a long main building with two shorter wings. Those at Zwiefalten incorporated three rectangular buildings with enclosed courtyards and a large annex in which various workshops were located. Everts noted that both institutions occupied reasonably extensive grounds, used for gardening and agriculture, and were similarly situated in fertile valleys near mountainous regions: scenic enough locations, but with severely restricted views. Winnenthal, he wrote, is situated in its own grounds, five minutes away from the village of Winnenden, whereas Zwiefalten asylum is located in the centre of the village of the same name, and its grounds are more confined in consequence.

While Zwiefalten contained many solitary patient cells, at the time of Everts' visit most of them were empty. Everts found five in use at Winnenthal.

Everts regarded conditions at Zwiefalten, the asylum for chronic patients, to be second to none. Standards of hygiene and discipline were high, and an atmosphere of peace and quiet was evident. Everts was surprised to note that three-quarters of the patient population of the asylum were occupied with various tasks, and that, in comparison to patients at other hospitals, all appeared healthy and well-groomed. Everts saw relatively few cases of utter stupidity (stompzinnigheid) or imbecility at Zwiefalten, and none at all of general paralysis of the insane.

Extract

Winnenthal en Zwiefalten, het eerste genezings- het tweede verplegingsgesticht van het Koningrijk Wurtemberg zijn beide gevestigd in voormalige kloostergebouwen in 1834.

Ook deze twee gebouwen hebben veel overeenkomst, men bemerkt hier niets van vestingbouw, en het geheel is regelmatiger en vriendelijker en geeft eenen aangenamer indruk dan de twee laatstgenoemde gestichten. Winnenthal is een lang hoofdgebouw met 2 kortere vleugels. Zwiefalte bestaat uit 3 quadraatvormige gebouwen, met ingesloten binnenplaatsen, benevens een afzonderlijk groot neven gebouw waarin verschillende werkplaatsen. Beide gestichten bezitten een tamelijk groot terreinvoor tuin en veldarbeid en hebben meden eene overeenkomstige ligging, doch geheel verschillend van die van Sonnenstein en Siegburg. Ofschoon in eene vruchtbare, schoone bergachtige streek gevestigd, liggen beide gebouwenechter in de laagte, op een vlak oneffen terrein, zoodat het uitzigt hoezeer schoon en alleraangenaamst, echter beperkt is. Winnenthal ligt op een vrij terrein, 5 minuten van het volkrijke dorp Winnenden Zwiefalte echter tamelijk onvrij en ingesloten in het midden van het dorp van den zelfde naam. Wij zullen later zien dat beide gestichten uitmuntend ingerigt zijn en door zeer voortreffelijke geneesheeren bestuurd worden.

Zwiefalten had ook een groot aantal cellen, doch bijna allen ledig, in Winnenthal waren er 5 bezet, waarbij men echter in aanmerking mach nemen, dat Zwiefalten een verplegings…

Hier van levert in de eerste plaats het gesticht Zwiefalten een zeer treffend voorbeeld op. Bij de uitstekendste reinheid en orde, heerschte daar, niettegenstaande het zelve als verplegingsgesticht, enkel onherstelbare lijders bevatte, eene volmaakte rust en stilten, hetgeen bij ongeneeslijken vooral zeer opmerkelijk was en mij niet weinig verbaasde, waren minstens ¾ der lijders met verschillende werkzaamheden bezig, terwijl allen er opgeruimd en welvarend uitzagen, en er in verhouding tot andere gestichten, slechts zeer weinig gevallen van volkomene stompzinnigheid of onnozelheid en volstrekt geene, met algemeene verlamming gevonden werden.