Report

Back

Everts' account of his visit to Vienna Asylum - Old Facilities (1847)

Location: Spitalgasse 2, 1090 Vienna, Austria

Everts wrote about his visit to Vienna Asylum on pages 21-22 of a report he sent to the provincial authorities of Noord-Holland on 22 February 1848, which is now held at Haarlem's Rijksarchief in Noord-Holland, Toegang 16, Inv. No. 2380.

Everts considered that Vienna's mental healthcare provision deserved no more than a brief acknowledgement. Treatment was carried out under the umbrella of Vienna's large general hospital (het groote Ziekenhuis). Though improvements in care have taken place in recent years, the state of the buildings used to house the patients was (as far as Everts was concerned) deplorable.

At the time of Everts' visit, patients were housed at three separate places in Vienna. Some were put in the Narrenturm (Fools' Tower), a five-storey tower constructed in 1784. Each level of this building contained a cluster of dark and depressing solitary cells. Here the only concession to patients' communal life was the removal of a small number of internal walls to provide rooms for sleeping, eating and other activities. Agitated patients (de razende en onrustigen) were kept in the lower part of the tower, and calm patients were housed on its upper floors. Other patients, typically those of the upper classes, were treated in wards of the general hospital nearby that were earmarked for the purpose and dubbed the "three guilder seats" (dreigulden stode). The third location, called Lazareth, was an extremely old, poor and impractical building with an admittedly large and pleasant garden which housed calm and mostly incurable patients.

Everts reported assurances given to him in Vienna that the Austrian government had finally decided to build a completely new institution in the vicinity of the city. Plans had apparently already been approved and the necessary funds had been allocated.

Extract

Het gesticht Weenen, verdient slechts eene korte vermelding. Hetzelve maakt een gedeelte uit, van het groot algemeine krankenhaus. Hoezeer dezelfde inwendig inrichting tenaanzien van de behandeling der lijders, in de laatste jaren, aanmerkelijk verbeterd is, zijn de gebouwen in alle opzigten zoo slecht en onbruikbaar, dat onder dien hoogst ongunstigen indruk van het geheel, ook zelf het goede en prijzenswaardige voorbij gezien wordt.

Het gesticht bestaat uit 3 gedeelten, als /a/ de zoogenoemde Irrenthurm. Dit is een nieuw gebouw van het jaar 1784. Het is eene ronde toren van 5 verdiepingen, waar van elke verdieping eene menigte sombere akelige cellen voor één persoon bevat. De inrigting is dus geheel cellulair. Hier en daar heeft men in de laatste jaren 2 a 4 cellen vereenigd, tot betere gemeenschappelijke slaap- eet- en werkzalen. Deze toren bevat in de onderste verdiepingen de razende en onrustigen, in de bovenste rustige werkzame lijders. /b/ Eenige zalen van het nabijgelegen algemeine krankenhaus, tot verpleging van lijders uit den gegoedestand, van waar dit gedeelte den naam draagt van dreigulden stode. Beide deze afdeelingen grenzen onmiddellijk aan het algemeine krankenhaus, en zijn dus omgeven en ingesloten door dit en andere gebouwen der voorstad. Het teritoir bestaat uit 2 of 3 omheinde doch beperkt open plaatsen.

Ongeveer ¼ uur verder doch insgelijks in de voorstad, ligt het derde gedeelte, /c/ het zoogenoemde Lazareth een zeer oud slecht en ondoelmatig gebouw, waar in de rustige, veelal onherstelbare lijders verpleegd worden, met fraaijen grooten tuin.

Men verzekerde mij te Weenen, dat de Oostenrijksche regering eindelijk besloten had, om eerlang over te gaan tot den bouw van een geheel nieuw gesticht in de onmiddelijke nabijheid der stad, en dat het plan van hetzelve reeds goedgekeurd, en de fondsen aangewezen waren.