FacebookTwitterGoogleNewsPersonTripAdvisor

Report

Back

Everts' account of his visit to Sachsenberg Asylum (1847)

Location: Schwerin, Grand Duchy of Mecklenburg-Schwerin

Everts wrote about his visit to Sachsenberg Asylum on pages 25-28 of a report he sent to the provincial authorities of Noord-Holland on 22 February 1848, which is now held at Haarlem's Rijksarchief in Noord-Holland, Toegang 16, Inv. No. 2380.

Everts reported that the institution at Sachsenberg presented a particularly grand exterior: a proud yet regular three-storey main building with simple architectural lines, to which two shorter wings were attached; separate wings to the rear of the site; and a few annexes for administration and estate management. He had learnt of plans to build a new structure, complementary to the existing buildings, to connect the main building to the rear wings, and also to expand the hospital’s accommodation for chronic patients.

The main building at Sachsenberg reminded Everts of the newly-built ward for acute patients he had recently seen at Prague. He described the interior layout of the building as excellent, the rooms being spacious, the ceilings high and the hallways generally broad and light. The corridors in the ward for the manic patients (razenden) were an exception to the rule, however, as they ran between two rows of cells. Everts thought that the new building at the rear of the complex, intended as it was to be principally devoted to the care of incurable patients, would enable the various groups of patients to be better segregated and treated according to their respective conditions.

Everts considered the asylum to be beautifully situated, lying in softly rolling mountainous terrain half an hour from the town of Schwerin, with a beautiful view of nearby wooded countryside, Lake Ziegel and the town of Schwerin itself. It was surrounded by gardens, pastures and farmland, giving ample opportunity for farm labour, growing of produce and recreational walking. The gardens are patient-maintained and attractive, none more so than those along the banks of Lake Ziegel.

Extract

Sachsenbergen bestaat uit een zeer kolossaal, trotsch, regelmatig, doch eenvoudig lijnvormig hoofdgebouw, deels 2 deels 3 verdiepingen hoog, en twee kortere vleugels, benevens eenige nevengebouwen voor oeconomie, stalling, enz. Terwijl in de zomer van 1848, de vleugels door den aanbouw van een met het hoofdgebouw overeenstemmend gebouw aan de achterzijde zouden vereenigd en daar door eene noodzakelijke uitbreiding aan het verplegingsgesticht gegeven zal worden. Het hoofdgebouw komt zeer veel met het nieuwe Prager genezingsgesticht overeen. De inwendige verdeling is uitnemend te noemen, de vertrekken zijn ruim hoog van verdieping. De gangen breed en ligt, uitgenomen in de afdeling voor razenden, waar dezelve tusschen twee rijen cellen ingesloten zijn. De afzondering der verschillende afdeelingen, zal aanmerkelijk verbeterd worden, door den aanbouw van het nieuwe gedeelte aan de achterzijde, het welke hoofdzakelijk tot verpleging voor ongeneselijken bestemd is.

De ligging van het gesticht is zeer schoon, ½ uur van de stad Schwerin, op een zacht glooijend, niet zeer hoog bergachtig terrein, omgeven door eene vruchtbare, boschrijke landstreek, in de nabijheid der schoone Ziegel-see, waarover men uit het gesticht een treffend vergezigt heeft op de stad Schwerin.

Het gebouw is verder begrensd door fraaije tuinen en wandelingen, welke vooral langs den oever van het genoemde meer, zeer fraaije partijen opleveren, grootendeels door de patiënten zelve aangelegd. Eenig wei-bouw en akkerland geeft overigens ruime gelegenheid voor arbeid en levert de voornaamste levensmiddelen.

In Sachsenberg namelijk staan de nevengebouwen achter het hoofdgebouw verscholen. Het schoone front van het laatste vertoont zich daardoor in deszelfs geheel en maakt eenen zeer gunstigen indruk. In Illenau heeft het omgekeerde plaats. Het verplegingsgesticht zoowel als de lagere gebouwen voor oeconomie, stalling, woningen van bedienden enzo, staan voor en tegen het hoofdgebouw en belemmeren daardoor het gezigt op het zelve zoodanig, dat het in deszelfs geheel volstrekt niet in het oog valt. Bij de aankomst ziet men het groot aantal min of meer gelijkvormige gebouwen alle tegelijk, zonder dat men eigenlijk een derzelve als hoofdgebouw kan erkennen. Daarbij komt dat al de afzonderlijke afgesloten tuinen der patiënten, ten getale van twintig die aan even zoo vele afzonderlijke afdeelingen in het gebouw beantwoorden, aan de buitenzijde van het gesticht gelegen zijn en hetzelfve dus geheel omgeven en insluiten. Daar nu die tuinen, ofschoon van verschillende grootte, echter allen vrij beperkt zijn en elk derzelve aan drie zijden, door eenen circa 7 voet boven den beganen grond opgetrokken muur omringd is, begrijpt men ligtelijk dat ook deze inrigting zeer nadeelig is voor het uitwendig vertoon van het gebouw. Hoezeer eindelijk Illenau in eene der bekoorlijkste streken van Duitschland in de nabijheid van het dorp Achern en onmiddellijk aan het verrukkelijke Schwartzwald gelegen is, en deszelfs omgeving de schoonste natuurtoneelen oplevert, ligt het gebouw met deszelfs gebied echter laag, op een volkomen vlak terrein, geheel aan den voet, en geenzins op de helling van het, op eenen zeer kleinen afstand, achter het gesticht, met eene zachte glooijing aanvangenis heerlijk schoonen hooggebergte. Het gebouw van Illenau vertoont zich, onder deze gezamelijke omstandigheden niet bijzonder gunstig, het ligt verscholen, opééngedrongen en gedrukt. Het mist het kenmerk der eenvoud en schoonheid van één kolossaal geheel; en ik schrijf het daar aantoe dat Illenau, als gebouw althans, niet dien indruk op mij maakte, welke ik er mij van voorgesteld had. De inwendige inrigting en verdeeling acht ik in de meeste opzigten voortreffelijk. De scheiding en verdeeling der patiënten naar sepe, stand en aard der ziekte, is op eene uitmuntende wijze, door het groot aantal afzonderlijke afdeelingen zoo als wij boven reeds gezien hebben, daargesteld. Elke afdeeling bevat een voldoend getal grootere en kleinere fraaije vertrekken en ruime goed verlichte gangen, trappen enzo. Over ’t algemeen vond ik echter de hoogte der localen vooral der slaapzalen op de derde verdieping wel wat laag, hetgeen aan het geheele inwendige van het gebouw, een enigszints bekrompen en minder aanzienlijk voorkomen gaf, dan men van zulk een gebouw verwachte zoude.

Het terrein van Illenau is vrij uitgestrekt. Behalve de genoemde ingesloten tuinen of plaatsen vind men er groote, fraaije moestuinen, boomgaarden, schoone wandelingen eenig opgaand hout, waarin mede wandelpaden zijn aangelegd en eindelijk vrij uitgetrekte velden en akkerland.

Asylum visited

See also